De Belgische belastingadministratie heeft op 1 juni 2026 het definitieve aangifteformulier voor de binnenlandse bijheffing gepubliceerd. Daarmee wordt Pillar 2 opnieuw een stuk concreter voor multinationale ondernemingsgroepen en grote binnenlandse groepen die onder de Belgische minimumbelasting vallen.
Voor veel ondernemingen blijft Pillar 2 een technisch dossier. Toch is de boodschap vrij eenvoudig: wie onder het toepassingsgebied valt, moet zich tijdig voorbereiden, ook wanneer er uiteindelijk geen effectieve bijheffing verschuldigd is. De aangifte wordt namelijk een jaarlijkse verplichting.
Wat is QDMTT?
QDMTT staat voor Qualified Domestic Minimum Top-up Tax. In het Nederlands spreken we over de gekwalificeerde binnenlandse bijheffing. Deze maakt deel uit van de Pillar 2-regels, waarmee een minimumbelasting van 15 procent wordt ingevoerd voor grote internationale en binnenlandse groepen. België heeft deze regels omgezet via de wet van 19 december 2023.
Het systeem geldt niet voor elke kmo of zelfstandige vennootschap. De regels richten zich op multinationale ondernemingsgroepen en omvangrijke binnenlandse groepen met een jaaromzet van minstens 750 miljoen euro in minstens twee van de vier voorafgaande verslagjaren.
Waarom is deze aangifte belangrijk?
Tot nu toe bleef een deel van de praktische uitwerking nog abstract. Met het definitieve aangifteformulier wordt duidelijk welke informatie de Belgische fiscus verwacht. Het formulier vraagt onder meer gegevens over de Belgische groepsentiteiten, de groepsstructuur, mogelijke safe harbours, gemaakte keuzes, berekeningen van de bijheffing en financiële en fiscale gegevens.
Dat betekent dat dit geen klassieke fiscale aangifte is die je op het einde snel invult. De QDMTT-aangifte vraagt data uit verschillende hoeken van de groep: accounting, tax, consolidatie, legal en soms ook internationale rapportering.
Wanneer moet de QDMTT-aangifte worden ingediend?
Voor groepen waarvan het eerste verslagjaar start tussen 1 januari 2024 en 30 september 2025, werd de indieningstermijn uitzonderlijk verlengd tot 30 september 2026. Voor latere boekjaren geldt in principe de standaardtermijn van 11 maanden na afsluiting van het boekjaar. Voor kalenderjaarbelastingplichtigen betekent dit bijvoorbeeld 30 november 2026.
Dat uitstel geeft ademruimte, maar geen reden om te wachten. De gegevens die nodig zijn voor deze aangifte zijn vaak verspreid over verschillende entiteiten, landen en systemen.
Geldt dit ook als er geen bijheffing verschuldigd is?
Ja. Dat is een belangrijk aandachtspunt. De QDMTT-aangifte moet worden ingediend door groepen die onder het toepassingsgebied vallen, ook wanneer de berekening uiteindelijk uitwijst dat er geen extra belasting moet worden betaald.
Met andere woorden: “geen bijheffing” betekent niet automatisch “geen aangifte”.
Wat met notificatie en registratie?
Groepen die onder Pillar 2 vallen, moeten zich aanmelden via MyMinfin. De FOD Financiën vermeldt dat MNO-groepen en omvangrijke binnenlandse groepen zich moeten registreren of geregistreerd zijn bij de Kruispuntbank van Ondernemingen. De notificatie moet in principe gebeuren uiterlijk 30 dagen na de start van het verslagjaar waarvoor de groep onder het toepassingsgebied valt.
Pas na deze registratie ontvangt de groep een ondernemingsnummer of groepsnummer dat nodig kan zijn voor verdere formaliteiten, zoals voorafbetalingen.
Voorafbetalingen: ook hier opletten
Wanneer er effectief een QDMTT-bijheffing of IIR-bijheffing verschuldigd is, kunnen groepen voorafbetalingen doen om belastingvermeerderingen te vermijden. De FOD Financiën voorziet daarvoor specifieke betaalgegevens en gestructureerde mededelingen via MyMinfin. Voor QDMTT-voorafbetalingen vermeldt de FOD Financiën het rekeningnummer BE79 6792 0023 0733, met een gestructureerde mededeling op groepsniveau.
Belangrijk: een voorafbetaling kan pas correct gebeuren nadat de groep zich heeft aangemeld en het ondernemingsnummer van de groep heeft ontvangen.
Welke voorbereiding is nu nodig?
Voor ondernemingen die onder Pillar 2 vallen, is dit het moment om de interne voorbereiding concreet te maken.
Breng eerst de groepsstructuur volledig in kaart. Welke Belgische entiteiten vallen onder de groep? Wie neemt de indiening op zich? Welke buitenlandse moeder- of groepsentiteiten leveren de nodige data aan?
Controleer daarna welke financiële informatie beschikbaar is. De aangifte vertrekt niet zomaar van de Belgische jaarrekening. Vaak zijn ook geconsolideerde cijfers, effectieve belastingdruk, correcties en keuzes binnen het Pillar 2-kader nodig.
Bekijk ook of safe harbours van toepassing kunnen zijn. Die kunnen de berekening vereenvoudigen, maar moeten wel correct onderbouwd worden.
Maak tot slot duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden. Wie verzamelt de gegevens? Wie valideert de berekening? Wie dient in? Wie volgt MyMinfin en eventuele voorafbetalingen op?
Waarom ook Belgische groepen dit serieus moeten nemen
Pillar 2 wordt vaak gezien als iets voor internationale reuzen. Toch vallen ook omvangrijke binnenlandse groepen onder het Belgische toepassingsgebied. Dat is een belangrijk verschil met de oorspronkelijke internationale insteek. De Europese richtlijn heeft het toepassingsgebied namelijk uitgebreid naar grote binnenlandse groepen, en België heeft dit in nationale wetgeving opgenomen.
Voor Belgische groepen met verschillende vennootschappen, sterke groei of complexe structuren is het dus belangrijk om niet automatisch te veronderstellen dat dit enkel “voor multinationals” is.
Finum Accountants helpt je dit helder krijgen
De QDMTT-aangifte is technisch, maar de voorbereiding moet vooral praktisch zijn: weten of je onder het toepassingsgebied valt, welke data nodig zijn, welke deadlines gelden en hoe je de aangifte correct organiseert.
Bij Finum Accountants bekijken we samen met jou of Pillar 2 relevant is voor je groep, welke stappen nodig zijn en hoe je dit dossier tijdig en gestructureerd aanpakt. Zo vermijd je last-minute stress en hou je grip op je fiscale verplichtingen. Neem gerust contact met ons op.

