Voor veel ondernemers zijn VVPRbis en de liquidatiereserve bekende manieren om winst fiscaal voordelig uit de vennootschap te halen. Net daarom is de nieuwe stijging van de roerende voorheffing belangrijk. Vanaf 1 juli 2026 stijgt de belastingdruk op bepaalde uitkeringen, waardoor timing en planning opnieuw een grote rol spelen.
Wat verandert er voor VVPRbis?
Onder het VVPRbis regime kunnen kleine vennootschappen dividenden uitkeren aan een verlaagd tarief, op voorwaarde dat alle wettelijke voorwaarden vervuld zijn. Tot vandaag kon dat in veel gevallen aan 15 procent roerende voorheffing, zodra de vereiste wachttermijn verstreken was. Vanaf 1 juli 2026 stijgt dat verlaagde tarief naar 18 procent.
Dat lijkt “maar” 3 procentpunt verschil, maar bij grotere dividenduitkeringen loopt het bedrag snel op. Voor ondernemers die al langer wachten op het juiste moment om reserves uit te keren, is dit dus het moment om hun planning te herbekijken.
Wat verandert er voor liquidatiereserves?
Ook de liquidatiereserve wordt geraakt. Eerder werd de wachttermijn voor liquidatiereserves al ingekort van 5 jaar naar 3 jaar, met een bijkomende roerende voorheffing van 6,5 procent bij uitkering. Dat bracht de totale belastingdruk richting 15 procent.
Voor nieuwe reserves of uitkeringen onder het gewijzigde regime stijgt de bijkomende roerende voorheffing verder, waardoor de totale belastingdruk evolueert richting 18 procent. Volgens recente duiding komt dit neer op een combinatie van de 10 procent anticipatieve heffing bij aanleg en een hogere roerende voorheffing bij uitkering na de wachttermijn.
Belangrijk: voor liquidatiereserves die al tijdig zijn aangelegd, kunnen overgangsregels spelen. Daardoor is het essentieel om per boekjaar te bekijken wanneer de reserve werd aangelegd en welk tarief van toepassing is.
Moet je nu snel nog uitkeren?
Niet automatisch. De verleiding is groot om snel nog reserves uit te keren vóór het hogere tarief ingaat. Maar dat is niet altijd de beste keuze.
Een dividenduitkering verlaagt de waarde van je vennootschap. Dat kan op zich positief lijken als je geld privé wil halen, maar het kan ook gevolgen hebben voor je latere fiscale planning, financiering, verkoopwaarde of familiale overdracht. Bovendien speelt de nieuwe meerwaardebelasting mee: de waarde van je vennootschap op een referentiemoment kan belangrijk worden bij een latere verkoop van aandelen.
Daarom is de juiste vraag niet: “Kan ik nog snel 3 procent besparen?” De juiste vraag is: “Past deze uitkering in mijn totale financiële planning?”
Waar moet je als ondernemer op letten?
Kijk eerst naar de samenstelling van je reserves. Welke reserves vallen onder VVPRbis? Welke liquidatiereserves zijn aangelegd, in welk jaar, en wanneer kunnen ze worden uitgekeerd?
Bekijk daarna je liquiditeitspositie. Geld uitkeren kan interessant zijn, maar je vennootschap moet voldoende middelen behouden voor belastingen, investeringen, lonen, kredieten en groei.
Denk ook aan je privéplanning. Heb je het geld privé nodig? Of blijft het beter nog in de vennootschap voor toekomstige investeringen of pensioenplanning?
Tot slot: laat de impact doorrekenen. Een uitkering aan 15 procent lijkt aantrekkelijk, maar niet als je daardoor elders fiscale of financiële nadelen creëert.
Finum Accountants helpt je de juiste keuze maken
De stijging van de roerende voorheffing op VVPRbis dividenden en liquidatiereserves vraagt om meer dan een snelle beslissing. Bij Finum Accountants bekijken we jouw vennootschap, reserves en persoonlijke plannen in één geheel. Zo bepalen we samen of uitkeren vóór 1 juli 2026 zinvol is, of dat wachten net sterker is voor jouw situatie.
Wil je weten welke impact deze wijziging heeft op jouw vennootschap? Neem gerust contact met ons op, we bekijken het graag concreet voor jou.

