Veel ondernemers starten als eenmanszaak en stappen later over naar een vennootschap. Op dat moment komt vaak dezelfde vraag: wat doe je met het handelsfonds, dus het geheel van materiële en immateriële elementen waarmee je je zaak uitbaat, zoals inrichting, handelsnaam, cliënteel, reputatie en knowhow?
Een vaak gekozen piste is het handelsfonds niet verkopen, maar verhuren aan de vennootschap. Dat kan, maar je moet het juridisch en fiscaal correct opzetten. De fiscus kijkt hier al jaren kritisch naar en probeert huurinkomsten soms zwaarder te belasten als beroepsinkomsten of bedrijfsleidersbezoldiging in plaats van als roerend inkomen.
Wat is het fiscaal voordeel, en waarom is de fiscus alert?
Als de verhuurinkomsten als roerend inkomen worden aanvaard, worden ze in de personenbelasting in principe belast aan 30 procent roerende voorheffing, waarbij vaak een kostenforfait speelt. Worden ze daarentegen herkwalificeerd als beroepsinkomen of bezoldiging, dan kom je in progressieve tarieven terecht en riskeer je ook sociale bijdragen. Dat verschil is groot, en precies daarom probeert de fiscus bij bepaalde dossiers te herkwalificeren.
Mag je een handelsfonds of cliënteel eigenlijk wel verhuren?
Dit is jarenlang een discussiepunt geweest. De fiscus steunde zich vaak op het argument dat je het rustig huurgenot niet kunt garanderen wanneer het hoofdbestanddeel cliënteel is, omdat klanten vrij kiezen. Dat idee kwam onder meer naar voren in oudere rechtspraak, maar is intussen genuanceerder geworden. Rechtspraak en rechtsleer geven aan dat je per dossier concreet moet kijken wat het voorwerp is van de overeenkomst en hoe die in de praktijk wordt uitgevoerd.
Wat besliste recente rechtspraak?
In een recente zaak (Hof van Beroep Antwerpen) kreeg de ondernemer gelijk toen de fiscus de huurinkomsten wilde herkwalificeren als bedrijfsleidersbezoldiging. De kern: de verhuurconstructie is op zich niet verboden, maar de fiscus moet kunnen aantonen dat er sprake is van simulatie of dat de economische realiteit niet klopt.
Dat is een belangrijk signaal voor ondernemers, maar het is geen vrijgeleide. Het blijft maatwerk en de uitwerking is allesbepalend.
Wanneer is het risico op herkwalificatie het grootst?
In de praktijk zien we vooral risico wanneer één of meerdere van deze elementen ontbreken:
- Er is geen echte stopzetting of duidelijke overgang van de activiteit van eenmanszaak naar vennootschap, terwijl men tegelijk huurinkomsten claimt als roerend.
- De overeenkomst is vaag, te kort door de bocht of niet marktconform, bijvoorbeeld een vergoeding die niet te verantwoorden is tegenover de waarde of het rendement.
- De vennootschap kan niet aantonen dat ze effectief huurder en uitbater is, met eigen risico, eigen organisatie en eigen facturatie.
- De constructie lijkt vooral opgezet om loon te vervangen, zonder economisch verhaal.
Hoe zet je dit correct op?
Wil je dit pad bewandelen, werk dan met een duidelijke aanpak:
- Zorg voor een goede overeenkomst die beschrijft wat precies wordt verhuurd (elementen van het handelsfonds) en onder welke voorwaarden.
- Onderbouw de vergoeding. In de praktijk betekent dit meestal een waardering of minstens een marktanalyse die de huurprijs kan staven.
- Documenteer de overgang van activiteiten. Denk aan communicatie naar klanten, wijziging van contractpartij, bankrekening, facturatie, verzekeringen en leveranciers.
- Zorg dat de vennootschap effectief uitbaat. Met eigen inkomsten, eigen kosten, eigen risico, en duidelijke rollen.
Wat betekent dit voor jouw kmo?
Een handelsfonds verhuren aan je eigen vennootschap kan verdedigbaar zijn, maar het is geen standaardtruc. Het moet inhoudelijk kloppen, juridisch correct opgesteld zijn en economisch kunnen worden uitgelegd. De rechtspraak evolueert, maar de fiscus blijft alert.
Bij Finum Accountants bekijken we dit graag samen met jou: past deze piste bij jouw situatie, wat zijn de fiscale gevolgen, en welke documenten heb je nodig om het correct te onderbouwen? Neem gerust contact met ons op.

