fbpx

Je richt een vennootschap op. De aandelen staan op jouw naam. Jij neemt de beslissingen, jij zit aan het stuur en jij bouwt de onderneming uit. Maar betekent dat automatisch dat de aandelen volledig van jou zijn?

Aandelen en huwelijk: van wie is de vennootschap écht?

Voor gehuwde ondernemers kan het onderscheid tussen eigen vermogen en gemeenschappelijk vermogen verrassend complex zijn. Zeker wanneer een vennootschap tijdens het huwelijk wordt opgericht of gefinancierd met gemeenschappelijke middelen.

Sinds de hervorming van het huwelijksvermogensrecht, die in werking trad op 1 september 2018, bestaat in bepaalde gevallen de zogenaamde titre et finance-regeling. Die regeling splitst aandelen als het ware op in twee lagen: de zeggenschap en de economische waarde. Vandelanotte wijst erop dat deze regeling vooral relevant is voor echtgenoten die gehuwd zijn onder een gemeenschapsstelsel en tijdens het huwelijk investeren in een vennootschap. 

Voor ondernemers is dat geen detail. Het kan een grote impact hebben bij echtscheiding, overlijden, verkoop van aandelen, successieplanning of familiale overdracht.

Wat betekent “titre et finance”?

De term klinkt juridisch, maar het principe is eigenlijk eenvoudig.

Titre verwijst naar de juridische rechten verbonden aan de aandelen. Denk aan stemrecht, aanwezigheidsrecht op de algemene vergadering en het recht om als aandeelhouder beslissingen te nemen.

Finance verwijst naar de vermogenswaarde van de aandelen. Met andere woorden: de economische waarde die in de aandelen zit.

Bij de titre et finance-regeling kunnen die twee elementen verschillend worden behandeld. De aandelen kunnen juridisch eigen zijn aan één echtgenoot, terwijl de waarde ervan toch toekomt aan de huwgemeenschap.

Anders gezegd: één echtgenoot bestuurt, maar de waarde behoort aan beiden toe.

Wanneer zijn aandelen eigen vermogen?

Aandelen behoren in principe tot het eigen vermogen van één echtgenoot wanneer ze een duidelijke persoonlijke oorsprong hebben.

Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer je de aandelen al bezat vóór het huwelijk. Ook aandelen die je tijdens het huwelijk verkrijgt via een schenking of erfenis blijven in principe eigen. Hetzelfde geldt wanneer je tijdens het huwelijk aandelen verwerft met bewezen eigen middelen.

In die situaties zijn zowel de zeggenschap als de waarde doorgaans eigen.

Voor ondernemers is vooral dat bewijs belangrijk. Wie stelt dat aandelen met eigen middelen werden betaald, moet dat later ook kunnen aantonen. Denk aan bankdocumenten, notariële akten, schenkingsdocumenten of duidelijke boekhoudkundige sporen.

Bij Finum Accountants zien we vaak dat ondernemers de juridische structuur van hun vennootschap goed regelen, maar minder stilstaan bij de vermogensrechtelijke impact binnen het huwelijk. Nochtans kunnen net die details later doorslaggevend zijn.

Wanneer behoren aandelen tot de huwgemeenschap?

Aandelen behoren meestal tot de huwgemeenschap wanneer ze tijdens het huwelijk werden verworven met gemeenschappelijke middelen en ook op naam van beide echtgenoten staan.

Een klassiek voorbeeld: twee echtgenoten zijn gehuwd onder het wettelijk stelsel, richten samen een vennootschap op, betalen de aandelen met gemeenschappelijk geld en schrijven de aandelen 50/50 in op beide namen.

In dat geval zijn zowel de zeggenschapsrechten als de vermogenswaarde gemeenschappelijk.

Maar in de praktijk is het vaak minder eenvoudig. Veel ondernemers richten hun vennootschap alleen op, terwijl de financiering minstens deels uit de gemeenschap komt. Precies daar komt de titre et finance-regeling in beeld.

Wanneer speelt de titre et finance-regeling?

De regeling is vooral relevant wanneer één echtgenoot aandelen op eigen naam heeft, maar de financiering minstens gedeeltelijk uit de huwgemeenschap komt.

Volgens de toelichting bij Vandelanotte geldt de regeling wanneer de aandelen minstens voor de helft met gemeenschappelijke gelden zijn gefinancierd, op naam van één echtgenoot staan en betrekking hebben op een vennootschap met een besloten karakter of een vennootschap waarin één echtgenoot zijn beroepsactiviteit uitoefent. 

Een BV is daarvan een typisch voorbeeld, omdat de overdracht van aandelen vaak wettelijk of statutair beperkt is.

Concreet betekent dit:

De echtgenoot op wiens naam de aandelen staan, behoudt de lidmaatschapsrechten.

Die echtgenoot oefent dus het stemrecht uit.

Die echtgenoot kan optreden als aandeelhouder.

Maar de vermogenswaarde van de aandelen behoort tot de huwgemeenschap.

Bij verkoop, echtscheiding of overlijden kan de waarde dus mee in de afrekening terechtkomen.

Praktisch voorbeeld

Stel: je bent gehuwd onder het wettelijk stelsel. Tijdens het huwelijk richt je een BV op. De aandelen staan alleen op jouw naam, maar het startkapitaal of de inbreng wordt betaald met geld van een gemeenschappelijke rekening.

Jij bent de enige aandeelhouder in het aandelenregister. Jij stemt op de algemene vergadering. Jij neemt de vennootschapsrechtelijke beslissingen.

Maar de economische waarde van die aandelen is niet noodzakelijk volledig van jou alleen.

Wanneer de titre et finance-regeling van toepassing is, blijft de zeggenschap bij jou, maar behoort de waarde van de aandelen tot de huwgemeenschap. Bij een latere verkoop of bij echtscheiding kan die waarde dus moeten worden verrekend.

Dat is vaak het punt waarop ondernemers verrast worden. “De aandelen staan toch op mijn naam?” klopt dan wel juridisch, maar vertelt niet het volledige vermogensrechtelijke verhaal.

Waarom is dit belangrijk bij echtscheiding?

Bij een echtscheiding moet het huwelijksvermogen worden vereffend en verdeeld. Aandelen in een vennootschap kunnen dan een van de meest gevoelige punten worden.

Niet alleen omdat de waarde vaak moeilijk te bepalen is, maar ook omdat de onderneming intussen gegroeid kan zijn door jarenlange inzet, herinvesteringen en opgebouwde reserves.

De vraag is dan niet alleen: wie is aandeelhouder?

De echte vragen zijn:

Van waar kwamen de middelen waarmee de aandelen werden verworven?

Staan de aandelen op naam van één of beide echtgenoten?

Gaat het om een beroepsvennootschap?

Zijn er statutaire beperkingen op de overdracht van aandelen?

Welke waarde moet worden verrekend?

Is er tijdens het huwelijk vermogen in de vennootschap opgepot dat eigenlijk aan de gemeenschap had kunnen toekomen?

Over dat laatste punt bestaat ook een specifieke vergoedingsregel. Wanneer beroepsinkomsten via een vennootschap worden opgebouwd en niet redelijkerwijze aan de huwgemeenschap toekomen, kan bij ontbinding van het huwelijk discussie ontstaan over een vergoeding aan de gemeenschap. Juridische commentaar verwijst hierbij naar de regel dat rekening kan worden gehouden met netto-beroepsinkomsten die de gemeenschap niet ontving, maar redelijkerwijze had kunnen ontvangen als het beroep niet via een vennootschap werd uitgeoefend. 

Waarom is dit belangrijk bij overlijden?

Ook bij overlijden kan de kwalificatie van aandelen een grote rol spelen.

Als aandelen volledig eigen zijn, vallen ze in de nalatenschap van de overleden echtgenoot. Als de vermogenswaarde gemeenschappelijk is, moet eerst de huwgemeenschap worden vereffend vóór de nalatenschap wordt verdeeld.

Dat verschil kan gevolgen hebben voor de langstlevende echtgenoot, de kinderen, de erfbelasting en de toepassing van gunstregimes voor familiale vennootschappen.

De Vlaamse Belastingdienst heeft bovendien een administratief standpunt gepubliceerd over het principe titre et finance in het huwelijksvermogensrecht. Daarin wordt onder meer verduidelijkt dat het voor bepaalde regels rond familiale aandelen niet doorslaggevend is of de aandelen zelf tot het gemeenschappelijk vermogen behoren, dan wel of enkel de vermogenswaarde gemeenschappelijk is. 

Voor familiale ondernemingen is dat bijzonder relevant. Een verkeerde inschatting kan gevolgen hebben voor successieplanning, schenking, controlebehoud en fiscale optimalisatie.

Wat met aandelen die je vóór het huwelijk had?

Aandelen die je vóór het huwelijk bezat, blijven in principe eigen.

Maar ook daar stopt de analyse niet altijd.

Wanneer de vennootschap tijdens het huwelijk sterk groeit, winsten opbouwt of beroepsinkomsten in de vennootschap laat zitten, kan de huwgemeenschap in bepaalde gevallen toch aanspraak maken op een vergoeding. Zeker wanneer de ondernemer zichzelf weinig loon of dividend uitkeert en de waarde vooral in de vennootschap blijft zitten, kan dat later vragen oproepen.

Het onderscheid is dus subtiel:

De aandelen zelf kunnen eigen blijven.

De waardeaangroei kan economisch relevant worden.

De huwgemeenschap kan onder bepaalde voorwaarden een vergoeding vragen.

Daarom is het verstandig om niet alleen naar het aandelenregister te kijken, maar ook naar de financiering, de bezoldigingspolitiek, de dividendpolitiek en de vermogensopbouw binnen de vennootschap.

Wat met aandelen verkregen via schenking of erfenis?

Aandelen die je via schenking of erfenis verkrijgt, zijn in principe eigen. Dat geldt ook wanneer je al gehuwd bent.

Toch is voorzichtigheid aangewezen. De voorwaarden van de schenking, de oorsprong van latere kapitaalverhogingen, de financiering van bijkomende aandelen en de statuten kunnen de analyse beïnvloeden.

Worden er later bijkomende aandelen verworven met gemeenschappelijke middelen? Wordt er een kapitaalverhoging doorgevoerd? Worden reserves geïncorporeerd? Wordt de vennootschap geherstructureerd?

Dan is het belangrijk om telkens te documenteren wat er precies gebeurt en met welke middelen.

Bij Finum Accountants raden we ondernemers aan om zulke beslissingen niet alleen vennootschapsrechtelijk, maar ook huwelijksvermogensrechtelijk te bekijken. Neem gerust contact met ons op.