De nieuwe meerwaardebelasting op financiële activa geldt sinds 1 januari 2026, maar de praktische uitvoering verloopt niet in één rechte lijn. De federale regering heeft de overgangsperiode nu verlengd tot 1 juni 2026. Dat klinkt technisch, maar het heeft een duidelijke impact op jou als belegger en zeker ook als ondernemer die privé belegt: de manier waarop de belasting geïnd en aangegeven wordt, verschuift tijdelijk.
Wat houdt die overgangsperiode in?
De bedoeling van de overgangsperiode is simpel: banken en brokers krijgen extra tijd om hun systemen klaar te maken om de meerwaardebelasting automatisch in te houden. Tot 1 juni 2026 gebeurt die automatische inhouding dus nog niet standaard. Daardoor moet je eventuele belastbare meerwaarden in principe zelf opvolgen en, waar nodig, zelf opnemen in je aangifte.
Belangrijk om te onthouden: dit uitstel is vooral een administratieve adempauze voor financiële instellingen. Voor de inhoudelijke regels van de belasting verandert er niets, maar de verwerking ligt tijdelijk meer bij de belegger.
Opt-in tijdens de overgangsperiode: gemak, maar let op de vrijstelling
Tijdens de overgangsperiode kan je bij sommige banken kiezen voor een opt-in. Dan houdt de bank het tarief van 10 procent al meteen in, zodat je achteraf minder zelf moet verwerken. Dat is comfortabel, maar er is een aandachtspunt: als je de jaarlijkse vrijstelling wil benutten, kan het zijn dat je toch nog (deels) via je aangifte moet werken om ingehouden belasting te recupereren.
Vanaf 1 juni 2026 wordt automatische inning de norm en kan opt-out
Vanaf 1 juni 2026 wordt automatische inhouding door banken de standaard. Wie liever alles zelf aangeeft, kan dan kiezen voor een opt-out. In dat scenario houdt de bank niets in, maar neem jij de volledige opvolging en aangifte op jou.
10 procent of 33 procent: wanneer is het “normaal beheer” en wanneer “speculatie”?
Naast het basistarief van 10 procent blijft ook de vraag leven wanneer de fiscus 33 procent kan toepassen, namelijk wanneer winsten als speculatief worden beschouwd. De signalen blijven dezelfde: zeer frequente transacties, korte aanhoudperiodes en het gebruik van leverage of intensieve tradingplatformen verhogen het risico dat je gedrag als speculatief wordt gezien.
Voor crypto werd recent meegegeven dat de meeste particuliere beleggers normaal gezien niet in het 33 procent-tarief terechtkomen, zolang het gaat om “normaal beheer” van privévermogen. Toch blijft het een grijze zone en loont het om je transacties goed te documenteren.
Wat doe je nu best als belegger of ondernemer?
Hou het praktisch en neem deze drie acties mee:
- Zorg dat je aankoop- en verkoopdata en bedragen netjes bijgehouden zijn, zeker tijdens de overgangsperiode waarin je mogelijk zelf moet aangeven.
- Bespreek met je bank of opt-in beschikbaar is en of dat voor jouw situatie interessant is, rekening houdend met eventuele vrijstellingen.
- Ben je actief met trading of crypto, evalueer je profiel: hoe actiever en korter op de bal, hoe belangrijker het wordt om vooraf helderheid te hebben over het risico op 33 procent.
Finum Accountants helpt je graag met de vertaalslag
Deze wijziging is typisch zo’n maatregel die op papier eenvoudig lijkt, maar in de praktijk vragen oproept: wat moet ik zelf bijhouden, wat doet mijn bank, en hoe vermijd ik verrassingen bij de aangifte? Bij Finum Accountants bekijken we dit graag samen, afgestemd op jouw situatie als ondernemer en belegger.
Neem gerust contact met ons op, we helpen je graag verder.

